|
1. Inleiding

1.1. Het welbevinden van de bewoners staat centraal.
Ons doel is dat de bewoners in Vredenoord het warme,
persoonlijke en welkome gevoel van ‘thuis’ beleven. Met het organiseren van
activiteiten en bezigheden, het ondersteunen van de bewoners en het creëren van
een warme en welkome sfeer, willen wij, als Vredenoord, streven naar een
optimaal leefklimaat voor de bewoners in hun zoektocht naar zingeving. Hierbij
past een prettige woon- en leefomgeving. Dit is ook een uitgangspunt voor de
inrichting van ons huis. Vanzelfsprekend staan veiligheid en privacy hoog in het
vaandel.
1.2. De hele mens
In onze zorg streven wij naar een holistische benadering van de
bewoner. Deze benadering gaat er vanuit dat we naar de hele mens kijken. Wij
geven aandacht aan alle aspecten die een mens tot een uniek mens maken –
lichamelijk, geestelijk, sociaal en spiritueel. Uitgaande van de hele mens
worden activiteiten, zorg en dienstverlening samen met de bewoner hierop
afgestemd.
1.3. Geloofsbeleving
Wij geven bijzondere aandacht aan de geloofsbeleving van de
bewoners. Kerkelijke bijeenkomsten en momenten van bezinning vanuit de Kerk der
Zevende-dags Adventisten zijn dagelijks toegankelijk voor bewoners. Elke bewoner
kan aanspraak maken op de ondersteuning van de geestelijke verzorger.
1.4. Betrokkenheid op elkaar
Een goede zorg aan de bewoners bestaat bij de gratie van een
respectvolle relatie tussen mensen. ‘Wie je bént voor een ander’ is in
Vredenoord belangrijker dan ‘wat je doét’. Aandacht en begrip voor de ander zijn
heel wezenlijk. Daarom streven we naar een omgang met elkaar die gekenmerkt
wordt door respect, betrokkenheid, vriendelijkheid, eerlijkheid, zorgvuldigheid,
accepteren en geaccepteerd worden.
1.5. Mantelzorg en professionele zorg
Mantelzorg en professionele zorg zijn onlosmakelijk met elkaar
verbonden. Wij zijn van mening dat mantelzorg een duidelijke plaats moet hebben
binnen het concept van vraaggerichte zorgverlening en dat mantelzorg het welzijn
van de bewoner direct ten goede komt. Dat vraagt een samenspel tussen
mantelzorgers, beroepskrachten en vrijwilligers. Medewerkers spelen daar een
belangrijke rol in.
Mantelzorgers zijn partners, ouders, familieleden, vrienden, die
aan hun naaste met een chronische ziekte of handicap, meer dan alledaagse zorg
verlenen, vaak al lange tijd en intensief. Mantelzorgers schakelen vaak pas
professionele zorg in als zij de zorg niet langer zelf kunnen volhouden. Daarna
blijven zij meestal nog wel zorgtaken verrichten. Na een opname in een
zorginstelling blijft de rol van mantelzorgers van belang voor de kwaliteit van
leven van de bewoner en ook van de mantelzorger.
Binnen Vredenoord kiezen we er voor om op een professionele
manier om te gaan met mantelzorgers, aangezien zij een belangrijke bijdrage
kunnen leveren aan het welzijn van onze bewoners. Mantelzorgers worden naast de
betaalde medewerkers en vrijwilligers gezien als partners in de zorg.
1.6. Vrijwilligers
Onze afdeling vrijwilligers is een bewonergerichte afdeling die
werkt vanuit het welzijnsaspect wat zich uit in een integrale samenwerking.
Samen met medewerkers en mantelzorgers zijn zij mensen die liefdevol en
dienstbaar zijn aan de ander. Vrijwilligers hebben een toegankelijke werkhouding
met respect voor de bewoner, elkaar en de organisatie.
Ze streven naar een holistische benadering van de bewoner. Deze
benadering gaat er vanuit dat ze naar de hele mens kijken. Aandacht is geven aan
alle aspecten die een mens tot een uniek mens maken – lichamelijk, geestelijk,
sociaal en spiritueel. Vrijwilligers hebben oog voor de wijze waarop de bewoner
zijn persoonlijk geloof beleeft.
1.7. Kwaliteit van leven
Vredenoord heeft in haar visie het streven om bij te dragen aan
de kwaliteit van leven van onze bewoners. Mensen moeten ondersteund worden om
zoveel mogelijk het leven te kunnen leiden, zoals ze dat willen en gewend zijn,
en de dingen kunnen doen die ze zelf belangrijk en zinvol vinden.
2. Wat is mantel zorg?

Mantelzorg is een overkoepelend begrip voor veel vormen van meer
dan gebruikelijke zorg, die partners, ouders, kinderen, familieleden, vrienden
en buren aan elkaar verlenen.
2.1. Betrokkenen
Bewoners
Bewoners maken deel uit van hun eigen sociale omgeving en kunnen
daar ook na opname in een zorginstelling niet los van worden gezien. Het is
belangrijk dat zij huneigen leefwijze kunnen handhaven en daar hoort ook het
onderhouden van sociale relaties bij. Kwaliteit van leven wordt bepaald door
o.a.: welzijn, gezondheid, mogelijkheden tot participatie en wederzijds
ondersteunende relaties. Mensen willen graag zo lang mogelijk in hun eigen
vertrouwde omgeving blijven. Om dat te bereiken zijn mantelzorgers nodig. Als
opname in een zorginstelling noodzakelijk is, is het essentieel dat de relatie
tussen bewoner en mantelzorger intact blijft. Zo kan een bewoner zich in een
zorginstelling beter thuis voelen.
Mantelzorgers
Mantelzorgers hebben veel ervaringsdeskundigheid en behartigen
vaak de belangen van hun naasten. Zij vormen een continuïteit in het leven van
bewoners. Mantelzorg brengt wél specifieke spanningsvelden met zich mee. De
belasting kan zwaar zijn, vooral als het als een plicht wordt ervaren.
Mantelzorgers kunnen hoge eisen aan zichzelf stellen en moeite hebben zorgtaken
over te dragen. Zij gaan soms over hun eigen grenzen heen en voelen zich dan
bezwaard of overbelast door de zorg, maar zij willen toch bij de zorg betrokken
zijn en blijven. Betaalde medewerkers kunnen mantelzorgtaken minder zwaar maken
door bijvoorbeeld een andere invulling te geven, zoals bijvoorbeeld minder
huishoudelijk werk maar meer begeleiding. Mantelzorgers willen met respect
behandeld en benaderd worden.
Medewerkers
Mantelzorgers maken deel uit van de zorg rondom de bewoner; hun
bijdrage aan zorg wordt als vanzelfsprekend beschouwd. De ondersteuning is
vooral bedoeld om mantelzorg als hulpbron goed te gebruiken. De kwaliteitsnormen
vormen het kader voor het handelen van de medewerkers. Die normen kunnen op
gespannen voet staan met de behoeften van de mantelzorger op gebied van zorg.
Dit maakt het voor professionals moeilijk om zorg over te laten aan
mantelzorgers of om de zorg te laten aansluiten bij de wensen van de
mantelzorger. Soms ervaren zij mantelzorg als een last.
Daarom hebben medewerkers behoefte aan instructies hoe
mantelzorgers te benaderen zodat het een samenspel kan worden. Als dit samenspel
goed vorm krijgt, is de bewoner hierbij gebaat en kunnen ook de medewerkers meer
plezier in hun werk ervaren.
Psychogeriatrie
In de psychogeriatrische zorg is het samenspel tussen
medewerkers en mantelzorgers van nog groter belang. Mantelzorgers kunnen
schuldgevoelens hebben over de opname, onzeker zijn over de toekomst en kunnen
op verschillende manieren daar mee om gaan. Het is cruciaal dat medewerkers
begrijpen dat een opname van een naaste in een verpleeghuis voor psychogeriatrie
veel spanning met zich mee brengt. Goede communicatie over en weer met de naaste
zelf, met andere bewoners, familie, vrienden, verzorgenden en lotgenoten heeft
een positieve invloed op de situatie.
Verschillende perspectieven
Medewerkers en mantelzorgers bekijken de zorgsituatie vanuit
verschillende perspectieven. Mantelzorgers zijn in de eerste plaats partner,
familie of andere relatie van de bewoner. Daarnaast hebben zij een rol in de
zorg, behartigen de belangen van hun naaste of vertegenwoordigen hen formeel.
Medewerkers werken vanuit hun professionaliteit. Beide hebben als doel een
optimale zorg voor de bewoner.
3. Kader voor het samenspel

In elke zorgsituatie is er sprake van een relatie tussen
bewoner, mantelzorger en medewerkers. Zij hebben een gemeenschappelijk belang,
namelijk een zo optimaal mogelijke zorgverlening voor de bewoner/hun naaste.
Vredenoord heeft een taak haar medewerkers te scholen in hoe zij deze relatie
vorm kunnen geven zonder het belang van de bewoner uit het oog te verliezen.
Eerst zullen de medewerkers inzicht in de verschillende rollen en invalshoeken
moeten krijgen en respect hiervoor hebben. Vervolgens zullen zij de
mogelijkheden en behoeften van mantelzorgers in relatie tot de zorg voor hun
naasten in moeten schatten. Medewerkers zullen daarna zoeken naar een balans
tussen de verschillende aspecten van het samenspel.
3.1. Verschillen respecteren
De belangrijkste motieven van mensen om zich (langdurig en
intensief) in te zetten voor een naaste zijn liefde en genegenheid,
vanzelfsprekendheid en plichtsbesef. Maar mantelzorgers zijn niet allemaal het
zelfde. Zij verschillen in hun mogelijkheden en bereidheid om mantelzorg te
geven, afhankelijk van de relatie met de bewoner, van normen en waarden,
cultuur, omstandigheden en maatschappelijke rollen. De mogelijkheden om
mantelzorg te geven hangen samen met diverse factoren:
-
Beschikbare tijd
-
Mobiliteit en geografische afstand
-
Cultuur en gewoonten
-
Fysieke en mentale gesteldheid
-
Aard en kwaliteit van de relatie tussen mantelzorger en
bewoner.
3.2. Signaleren van behoeften
Het is noodzakelijk om per situatie – dat wil zeggen per
mantelzorger en bewoner en per tijdsperiode – na te gaan wat de behoeften zijn.
Afhankelijk van de mogelijkheden en behoeften van de mantelzorger worden
afspraken gemaakt en vastgelegd. Sommige mantelzorgers stellen het op prijs om
vaste taken te hebben. Anderen willen liever niet gebonden zijn en dingen doen
op het moment dat hen dat uitkomt. Welke afspraken ook worden gemaakt, het is
vooral van belang dat mantelzorgtaken geen verplichting inhouden en dat deze
zonodig door de verzorging worden overgenomen.
Veel mantelzorgers hebben moeite om hun eigen behoeften te
benoemen en zij kennen ook lang niet altijd de ondersteunde mogelijkheden en
voorzieningen. Ze noemen zichzelf geen mantelzorger of ze denken dat
overbelasting alleen bij anderen voorkomt en dat het inschakelen van hulp een
teken van zwakte is. In de praktijk blijkt dat mantelzorgers vooral behoefte
hebben aan informatie, praktische en emotionele steun.
Informatie over:
-
Ziekte, prognose, behandeling, enz.
-
Vaardigheden zoals bijvoorbeeld, tillen
-
Communicatie over de situatie
-
Formele zorg (wegwijs in mogelijkheden, beschikbaarheid,
toegang)
-
Financiën (b.v. zorgverlof, verlies van inkomen, vergoedingen,
eigen bijdragen)
Praktische steun bij:
Emotionele steun bij:
-
Stress, belasting
-
Erkenning van rol als mantelzorger door professionals
-
Gevoelens van verlies, schuld, angst, onzekerheid.
Medewerkers moeten in staat zijn deze (bewuste of onbewuste)
behoeften van de mantelzorgers te signaleren, daar waar mogelijk zelf aan deze
behoeften tegemoet te komen of mantelzorgers de weg te wijzen naar de juiste
ondersteuning.
4. Inkleuren van het samenspel

Vredenoord zoekt naar een balans in het samenspel met
mantelzorgers. Daarbij hebben wij oog voor verschillen in belangen tussen:
Medewerkers van Vredenoord erkennen dat de mantelzorger:
-
Een eigen levenspatroon heeft;
-
Ervaringsdeskundige is op het gebied van de bewoner en zijn
zorgbehoefte;
-
In de eerste plaats partner, ouder, kind of andere relatie is
van de bewoner;
-
Een gelijkwaardige partner in zorg is, zij het met een ander
perspectief;
-
Mogelijk zelf een hulpvraag heeft.
De medewerker is zorgverlener, vertrouwenspersoon en adviseur.
Zij moeten voldoende toegerust zijn om de situatie rond de bewoner en
mantelzorger in te schatten en hun acties hierop af te stemmen. De basis
hiervoor is een open en heldere communicatie. Goede afstemming tussen de
medewerker(s) en mantelzorgers is de basis. Samenwerking en ondersteuning lopen
vaak door elkaar heen. Afhankelijk van de situatie krijgt het samenwerken met of
het ondersteunen van de mantelzorger minder of meer accent.
Bij deze drie elementen, afstemmen, ondersteunen en samenwerken,
houdt de medewerker steeds oog voor de aard van de relatie tussen mantelzorger
en bewoner (kind, partner, ouder). Medewerkers helpen hen om deze relaties zo
veel mogelijk voorop te laten staan; zij hebben een facilliterende rol.
4.1. Afstemmen
Medewerkers moeten regelmatig contact met de mantelzorger houden
om vraaggericht en verantwoord zorg te kunnen verlenen. Een goede afstemming
tussen mantelzorger en medewerkers legt een basis voor samenwerking en
ondersteuning. Medewerkers geven invulling aan de zorgverlening mede op basis
van de kennis en informatie van de mantelzorger. Zij benaderen mantelzorgers
daarbij als ervaringsdeskundige of expert wat betreft de bewoner en de
zorgverlening en ondersteuning aan deze bewoner.
In de eerste contactmomenten is het van belang dat medewerkers
afstemming met de mantelzorger zoeken. Dit doen ze uit een houding van respect
en met een luisterend oor. Vaak heeft de mantelzorger dan al een periode gezorgd
voor zijn of haar naaste en weet dus veel over de wensen en hun behoeften. Het
is zinvol mantelzorgers uit te nodigen, informatie te geven over die zorg, en
aan te geven waar de grenzen liggen in de zorg die zij willen (blijven) bieden.
Medewerkers moeten ook aangeven wat hun grenzen daarin zijn. Duidelijkheid is
essentieel. Het is dan ook zinvol om in het verloop van het contact na te gaan
of grenzen werkbaar zijn en of ze mogelijk ook moeten wijzigen.
In het samenspel van samenwerken, ondersteunen en faciliteren
blijft afstemmen steeds een voorwaarde.
Elke bewoner heeft een 1e contactpersoon of een wettelijk
vertegenwoordiger. De eerste contactpersoon of wettelijk vertegenwoordiger is
voor de medewerkers het aanspreekpunt voor allerlei zaken met betrekking tot de
bewoner, bijvoorbeeld op het gebied van de zorg.
De eerste contactpersoon hoeft geen mantelzorger te zijn. Iemand
kan aanspreekpunt zijn maar niet in de gelegenheid zijn om geregeld op bezoek te
komen of op een actieve manier een bijdrage te leveren aan de zorg. De
mantelzorger die geen 1e contactpersoon of wettelijk vertegenwoordiger is, heeft
geen inzagerecht in het zorgdossier (dit heeft alleen de 1e contactpersoon of
wettelijk vertegenwoordiger). Omdat het van groot belang wordt geacht voor de
zorgverlening dat de mantelzorger op de hoogte blijft van de voorkomende zaken,
zal samen met de contactverzorgende en de 1e contactpersoon worden gezocht naar
een manier om informatie door te geven aan de mantelzorger.
4.2. Samenwerken
Een open communicatie is aan de basis van een goede
samenwerking. Mantelzorgers zullen zich meer als een partner in de zorg ervaren,
indien zij:
-
Tijdig informatie krijgen over de gang van zaken (welke zorg,
wanneer en waarom);
-
Ruimte krijgen voor overleg (geen informeel overleg in de gang
of tijdens het uitvoeren van de zorg);
-
Betrokken zijn bij het maken van het zorgleefplan;
-
Inspraak hebben in de zorg;
-
Met respect benaderd worden;
-
Inspraakmogelijkheden krijgen in multidisciplinaire bewoner
besprekingen;
-
Kunnen werken op basis van vrijwilligheid;
-
Erkenning krijgen voor hun grenzen.
Aan mantelzorgers wordt schriftelijk informatiemateriaal ter
hand gesteld (een folder waarin de visie op mantelzorg en de mogelijkheden van
ondersteuning beschreven zijn). In het samenspel is vooral mondeling contact
essentieel.
Communicatie en contact met mantelzorgers kenmerken zich als
volgt:
-
Het verloopt via een vaste contactpersoon (contactverzorgende)
die direct bij start van de zorg bekend is en goed bereikbaar is;
-
Het vindt plaats op vastgestelde momenten met een bepaalde
frequentie: bij intake, bij de start van de zorg, enkele weken na opname, na het
afsluiten van de zorg of het overlijden van een bewoner, ten behoeve van zorgleefplan besprekingen of multidisciplinair overleg;
-
Het vindt plaats op verzoek van de mantelzorger, waarbij
duidelijk is hoe contact tot stand kan komen;
-
Afspraken naar aanleiding van contact worden vastgelegd in het zorgleefplan;
-
Het vindt plaats vanuit een open houding naar en aandacht voor mantelzorgers, uitgaande van hun behoeften en mogelijkheden en niet van
problemen (vragen van mantelzorgers opvatten als uiting van betrokkenheid en
bezorgdheid en niet van bemoeizucht en een gebrekkige verwerking van de
situatie).
4.3. Ondersteunen
Medewerkers ondersteunen mantelzorgers als onderdeel van dit
samenspel. Het doel van ondersteuning is om de draagkracht van de mantelzorger
in stand te houden of te vergroten en de draaglast te verminderen. Een passende
ondersteuning draagt ertoe bij dat mantelzorgers de regie over de eigen situatie
behouden of opnieuw krijgen en dat zij de zorg langer/beter aankunnen en er
voldoening in kunnen (blijven) vinden.
Uitgangspunten
De ondersteuning voldoet aan een aantal criteria om het meest
optimale effect te hebben:
-
De basis van de ondersteuning is vertrouwen. Dit wordt
opgebouwd in onderling contact en afstemming: de medewerker sluit aan bij de
zorg zoals de mantelzorger die gewend is te geven;
-
De ondersteuning wordt preventief ingezet, ter voorkoming van
overbelasting;
-
Afspraken over de aard en de omvang van de ondersteuning wordt
vastgelegd in het zorgleefplan, regelmatig geëvalueerd (minimaal 1x per jaar) en
zo nodig bijgesteld;
Continuïteit van medewerker en een
vertrouwensrelatie. Als een medewerker de mantelzorger kent, kan zij de
ondersteuning beter op maat bieden of ernaar verwijzen. Een mantelzorger kan
zich veelal pas open stellen voor ondersteuning als er vertrouwen is;
Elke vorm van mantelzorgondersteuning
houdt ook altijd oog voor de bewoner.
Mantelzorger als hulpvrager
Bij een aantal mantelzorgers gaat de rol van zorgverlener
geruisloos over in de rol van zorgvrager. Mantelzorgers vragen dan niet alleen
ondersteuning vanuit hun positie als mantelzorger maar ook vanuit hun positie
als zorgbehoevende (b.v. maaltijdvoorziening of een hulpmiddel voor de
mantelzorger). Daarop moeten medewerkers alert zijn. Hoe ondersteunen zij nu
mantelzorgers? Allereerst door goed te signaleren. Vervolgens kunnen zij de
mantelzorger verwijzen naar ondersteuning binnen of buiten Vredenoord. Dan is
het belangrijk om goed op de hoogte te zijn van de sociale kaart, b.v. Steunpunt
Mantelzorg te Zeist. Medewerkers kunnen ook zelf mantelzorgers ondersteunen,
bijvoorbeeld door afspraken te maken om zorg zonodig even over te nemen of door
informatie te geven over hoe mantelzorg vol te houden: zorg delen met
familie/vrienden, bespreken met huisarts, lotgenotencontact, respijtzorg,
vrijwilligers, enz.
Informatie
Informatie en advies
Informatie en advies kunnen op verschillende manieren gegeven
worden: schriftelijk, mondeling individueel of mondeling collectief. Voorbeelden
van informatie en advies zijn:
-
Informatie over zorg en de belasting (risico van
overbelasting);
-
Informatie over de gang van zaken in de organisatie;
-
Informatie over ziektebeelden en de gevolgen daarvan met
betrekking tot het gedrag van de bewoner;
-
Informatie over praktische aspecten van de verzorging,
bijvoorbeeld over tiltechniek en of wondverzorging;
-
Informatie uit het zorgleefplan of het zorgdossier en de
toelichting daarover (n.b.: de toegankelijkheid van deze informatie moet
geregeld worden in overleg met de bewoner en/of diens wettelijke
vertegenwoordiger).
Bij permanente opname van een bewoner is het van belang
mantelzorgers (vooral partners) zorgvuldig te begeleiden. In een huisbezoek door
bijvoorbeeld de Zorgbemiddelaar kan het contact met de mantelzorger al van start
gaan, in kaart gebracht worden hoe de situatie is en wat behoeften van de
mantelzorger zijn.
Emotionele steun
Medewerkers die het vertrouwen van mantelzorgers hebben en
dichtbij de bewoner staan kunnen emotionele steun het beste tot zijn recht laten
komen. Belangrijk is oog en oor te hebben voor wat er bij de mantelzorger speelt
in het leven van alledag. Bij ernstige sociale of emotionele problemen zijn
gespecialiseerde hulpverleners aangewezen (maatschappelijk werkenden,
psychologen of medewerkers van een steunpunt mantelzorg). Emotionele steun kan
naast individueel ook collectief worden gegeven door bijvoorbeeld
gespreksgroepen te organiseren in de vorm van lotgenotencontact of te verwijzen
naar initiatieven van mantelzorgorganisaties. Emotionele steun bestaat er ook in
dat de mantelzorger kan gaan inzien dat zij ook aan zichzelf mag denken zonder
schuldgevoelens.
Praktische of instrumentele steun
Praktische steun is erop gericht om de taak van mantelzorgers te
verlichten. Taakverlichting ontstaat door mantelzorgers ongewenst werk uit
handen te nemen. Omdat mantelzorgers dat meestal niet gemakkelijk aangeven en
eerder hun grenzen overschrijden, overleggen de medewerkers regelmatig met
mantelzorgers daarover. Mantelzorgers ondervinden ook praktische steun als goede
randvoorwaarden gelden zoals:
-
Afstemming van het tijdstip waarop hulp
wordt geboden;
-
Goede bereikbaarheid van de
verantwoordelijk verzorgenden;
-
Vervanging bij afwezigheid van vaste
hulp;
-
Aanpassing van de hulp bij tijdelijke
afwezigheid van de mantelzorg;
-
Overleg over zaken die niet goed lopen;
-
Ruimtes waarin bewoners met hun familie
bijeen kunnen komen;
-
Mogelijkheden voor voldoende privacy;
-
Mogelijkheid om te blijven eten of
slapen;
-
Beschikbaarheid van noodhulp.
Respijtzorg
Respijtzorg is een specifieke vorm van taakverlichting; het
staat voor de tijdelijke en volledige overname van de zorg van een mantelzorger
met als doel de mantelzorger een adempauze te geven.
Er staan verschillende vormen van respijtzorg. Zo kan
respijtzorg door beroepskrachten worden uitgevoerd, door vrijwilligers of door
een combinatie van beiden. Het kan buitenshuis plaatsvinden, bijvoorbeeld in
logeerkamers, nachtopvang of een gastgezin. Maar respijtzorg kan ook bij de
bewoner thuis worden geboden, bijvoorbeeld in de vorm van oppas thuis of
vrijwillige thuishulp. Binnen Woonzorgcentrum Vredenoord is het mogelijk om met
een tijdelijke indicatie een bewoner kortdurend op te nemen om zodoende de
mantelzorger te ontlasten. Ook bij respijtzorg gelden de wensen en
omstandigheden van zowel mantelzorger als bewoner als vertrekpunt. Voordat de
mantelzorger werkelijk vrijaf van de zorg kan ervaren, moet voor alle
betrokkenen de vervangende zorg goed aansluiten bij de behoefte van bewoner en
mantelzorger.
Faciliteren
Medewerkers faciliteren mantelzorgers zodat zij hun persoonlijke
relatie met de bewoner kan laten bestaan. Dat doen ze door in het samenspel
afstemming, samenwerking en ondersteuning in de gaten te houden. Het is
belangrijk dat een mantelzorger ruimte heeft om iets leuks samen met de bewoner
te ondernemen en niet alleen belast zijn met huishoudelijke taken. Zij moeten
tijd voor elkaar kunnen hebben. Dat vraagt een planning van de zorg die op de
behoeften aansluit. Het vraagt om fysieke ruimte en privacy. In de thuissituatie
is dit geen probleem maar in een zorginstelling, als veel verschillende
medewerkers over de vloer komen, is privacy niet altijd zeker. Dit vraagt
afstemming, zodat de zorg (wie wanneer langskomt) aansluit bij het leefritme van
zowel de bewoner als de mantelzorger. Binnen de muren van een zorginstelling
moeten de bewoner en in het bijzonder zijn/haar partner de nodige privacy kunnen
ervaren.
5. Relevante wetgeving

5.1. Kwaliteitswet
De Kwaliteitswet zorginstellingen verplicht zorgorganisaties tot
het verlenen van verantwoorde zorg. Die verplichting voor zorgorganisaties geldt
ook voor de zorg die op de betreffende gebieden door mantelzorgers wordt
gegeven.
Uitgangspunt van deze visie is dat mantelzorgers, als de bewoner
dat wenst, alle taken mogen uitvoeren die zij willen. Om hun
verantwoordelijkheid als zorgaanbieder voor verantwoorde zorg te kunnen
waarmaken, maken zorgorganisaties afspraken met mantelzorgers en zetten zij deze
afspraken op papier. Ook is het noodzakelijk dat zorgorganisaties nagaan of
mantelzorgers hun taken verantwoord uitvoeren en indien nodig de zorg overnemen.
De zorgorganisatie is verantwoordelijk voor het geheel. Vanzelfsprekend wordt
hierbij zorgvuldige omgegaan met de inbreng van mantelzorgers. In het algemeen
wordt zorgorganisaties aangeraden een werkbare situatie ten aanzien van de
wederzijdse verantwoordelijkheden te creëren. Dit betekent dat zij aangeven wat
zij verantwoord vinden en dat zij de afspraken neerleggen in het zorgleefplan.
Hierbij horen ook afspraken over de regie in de zorgverlening.
5.2. Wet BIG
Volgens de Wet BIG mogen voorbehouden handelingen alleen
uitgevoerd worden door medewerkers die daartoe bekwaam zijn en die daartoe een
opdracht van een arts hebben ontvangen. Het gaat hier om de in de Wet BIG
opgesomde handelingen die, verricht door niet-deskundigen, onverantwoorde
risico’s voor de gezondheid van de bewoner opleveren.
Binnen Woonzorgcentrum Vredenoord is het voor mantelzorgers in
principe niet mogelijk om voorbehouden handelingen uit te voeren. Wanneer de
mantelzorger zwaarwegende redenen aanvoert om wel voorbehouden handelingen te
verrichten, kan hierop een uitzondering worden gemaakt, mits aan bepaalde
voorwaarden wordt voldaan.
5.3. Wet Klachtrecht Cliënten
De Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector regelt hoe bewoners
klachten tegen zorgorganisatie kunnen indienen. De klacht moet de persoon van
bewoner betreffen en te maken hebben met een doen of laten van de
zorgorganisatie.
De wet kan ook betrekking hebben op klachten van en over
mantelzorgers. Wanneer de bewoner niet tevreden is over de zorg die de
mantelzorger hem biedt, dan is het een taak van de zorgorganisatie dit te
signaleren en op te lossen. Indien gewenst door de bewoner of noodzakelijk
geacht vanuit de verantwoordelijkheid voor de zorg, dient de zorgorganisatie de
zorg over te nemen van de mantelzorger. Als de zorgorganisatie dit nalaat kan de
bewoner hierover een klacht indienen.
5.4. WGBO
De Wet Geneeskundige Behandelings Overeenkomst (WGBO) regelt de
relatie tussen de bewoner en hulpverlener. De intentie van de wet is de positie
van de bewoner in deze relatie te versterken door rechten en plichten van beide
partijen wettelijk voor te schrijven. Als een bewoner tijdelijk of duurzaam
onbekwaam is, kunnen wettelijke vertegenwoordigers in de rechten en plichten van
de bewoner treden. Een mantelzorger kan als vertegenwoordiger optreden indien
hij daartoe wordt aangewezen door de bewoner of dat deze voorkomt in het rijtje
van vertegenwoordigers zoals omschreven in de WGBO (ouder, kind, broer, zus,
enz.). De wettelijke vertegenwoordiger kan ook klagen namens de bewoner.
5.5. Wet Medezeggenschap Cliënten
De Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen (WMCZ) regelt
de rol van cliëntenraden. De cliëntenraden kunnen zelf de positie van
mantelzorgers in de organisatie aan de orde stellen.
5.6. Voedselveiligheid (HACCP)
De regelgeving op gebied van voedsel en hygiëne (HACCP) is
vooral van toepassing binnen de muren van de zorginstellingen, die er op toezien
dat algemene gevaren ten aanzien van de hygiëne voorkomen worden.
Zorgorganisaties worden aangeraden ten aanzien van mantelzorgers een werkbare
situatie te scheppen bij het uitvoeren van de HACCP. Zoveel mogelijk wordt bij
het één op één verzorgen van voedsel uitgegaan van een situatie als ware het een
privéhuishouden. |